zaterdag

STRESS (24)

Via Teletalent naar CSN naar KPN BUBC BLCS LSDM (12)

Ik modder nog een paar maanden door, maar de overtuiging ontbreekt. Het ontbreekt mij ook steeds meer aan de nodige energie. Tegen het eind van 2002 sleep ik mijzelf elke werkdag uit bed, in de auto, op de fiets, de trein in en door de gangen van KPN naar mijn werkplek; mijn uitgewerktplek. Onvoorstelbaar, wat ben ik moe! Ik besluit dat ik het niet meer op kan en wil brengen.

Ik bespreek de mogelijkheden met mijn vrouw en mijn personeelsmanager:

1. Ik ga solliciteren en wacht tot ik ergens aangenomen word.
2. Ik neem ontslag.
3. Ik laat mij (met wederzijdse goedkeuring) ontslaan.

Optie 1 spreekt mij direct het allerminst aan. Het enige wat ik de komende tijd echt wil doen is slapen. Stel je voor dat ik ergens aangenomen word; moet ik gelijk weer mee in de rattenwedstrijd. En als ik nergens een baan vind, zit ik nog steeds waar ik zit. Dat nooit; dan nog liever brodeloos!

En dat is dus optie 2. In eerste instantie voel ik hier het meest voor. Ik hou de eer aan mezelf, kan snel weg en sluit het hoofdstuk KPN definitief af. Dat geldt ook voor de ontvangst van liquide middelen. Mijn gesprekspartners (waarbij ook Wim van "het Jobcenter" een duit in het zakje doet, maar daar kan ik niet van rondkomen) vinden dit niet verstandig.

Zij voelen meer voor optie 3. Dit hoeft geen slepende procedure te worden en ik krijg/houd het recht op een oprotpremie en een werkeloosheidsuitkering. Op kosten van de samenleving uitslapen lijkt me wel wat en bovendien krijg ik de tijd om eens rustig na te denken over de rest van mijn werkzame leven.

Wordt vervolgd

donderdag

MIJN EXCUSES

Omdat ik er niets voor voel om mijn site om te dopen in WWW.MIJNEXCUSES.NL is dit meteen de allerlaatste keer: mijn welgemeende excuses!

Ongetwijfeld ga ik in de toekomst weer bevolkingsgroepen schofferen, de integriteit van individuen aantasten, minderheden stigmatiseren en/of kabinetsleden verbaal de grond in stampen. Jammer dan, dan moeten ze mij maar niet op idee‘n brengen. Ik ga niemand meer mijn excuses aanbieden.

Waar ik echter in het verleden wel eens mijn excuses maakte voor -al dan niet aanstootgevende- publicaties, doe ik dit vandaag voor het ontbreken hiervan gedurende de afgelopen maand.
De internetstilte op "Het Woord van Henk" is echter voorbij; na een adem- en vakantiepauze van ruim vier weken wordt het hoog tijd voor verse verzen, actuele maatschappelijke analyses, tenenkrommende tenniscolumns, foute foto's en natuurlijk het slot van STRESS.

Hiermee zijn we gelijk aanbeland bij de kern van "het probleem"; ik heb nogal moeite om een eind te breien aan STRESS. En dus deed ik het maar niet.
Mijn excuses hiervoor.

vrijdag

Sportblessures (voorpublicatie Z.T.C.-blad, mei 2004)

Ik was van de week op bezoek bij een trainingsmaatje van me. Hij lag in het ziekenhuis. Zijn bed stond in een bijzondere zaal, waar zes mensen met sportblessures lagen. Mijn tennismaatje dus ook.

Naast hem lag een wat oudere man met een arm en een been in het gips. Zijn gezicht was zelfs voor familie onherkenbaar, vanwege bandages zoals je die normaal alleen in strips ziet. M. (gemakshalve noem ik mijn maatje vanaf nu M.) vond het een triest geval. "Hij is een slachtoffer van korfbalgeweld", fluisterde hij mij toe. "In elkaar geslagen door zijn vrouwelijke tegenstanders na vermeend billenknijpen." "Onschuldig", zegt hij zelf. "Schuldig", denk ik. Ik zag hem met zijn goede arm al twee verpleegkundigen te pakken nemen.

Aan de andere kant lag Joop. Ook een gipspatient. "Het zal je maar gebeuren", zei M.. "Tijdens een schaaktoernooi in tijdnood gekomen." "Nou en?" Vroeg ik. "Nou, en toen heeft hij te hard op de klok geslagen. Drie vingers gebroken." "Maar waarom ligt hij dan met zijn benen omhoog?" Wilde ik weten. "Van de pijn en de schrik schoot hij met zijn linkerknie omhoog; loeihard tegen de onderkant van de tafel aan. Knie kapot en alle schaakstukken over de grond. De jury heeft hem gediskwalificeerd. Daar was hij zo boos over dat hij met zijn andere been tegen de tafel schopte. Drie tenen gebroken." Leuke man.

Je begrijpt dat ik nieuwsgierig was naar de andere blessures. Maar nog meer naar de oorzaken.
"Die? Dat is Filip. Schoonspringer uit Leuven. Wat denk je?" Vroeg M.. "Ehm, buiklanding?" Gokte ik. "Nee, aan de verkeerde kant van de vijfmeterplank gesprongenÓ, wist M.. Verder lag er nog een Turkse schoonmaker met een zwabbervoet, een klaplong en klapkuiten (hij schaatste, ja) en een vuurvreter met een burn-out. Het leven is vreemd. En hard.

Mijn maatje is er ernstig aan toe. Kan zich niet eens bewegen. Maar zijn medepatienten willen zijn verhaal maar al te graag nog eens horen en verder vertellen. Leedvermaak is nog altijd het mooiste wat er is, vinden sommigen. En M. had het natuurlijk wel zelf gezegd, vorige week: "Zit die servicelijn nou alweer los? Binnenkort breekt iemand zijn nek er nog over!"
Tja.

woensdag

STRESS(23)

Via Teletalent naar CSN naar KPN BUBC BLCS LSDM (11)

Als ik navraag wie deze procedure heeft gestart, krijg ik te horen dat Willem Roelfsema (de personeelsmanager) hier achter zit. Hier geloof ik dus geen bal van. Willem is de man die mij heeft helpen ontsnappen aan Pieter Reinhart (de ideeënloze flapdrol). Pieter R. is voor mij dus verdachte nummer één! Alléén is hij echter niet in staat tot het uitvoeren van zo’n ingewikkeld plan; hij moet hier hulp bij gehad hebben. En dat leidt mij naar verdachte nummer twee: Gabi Bilgenroth, het vriendinnetje van Pieter bij personeelszaken. En deze muts zegt dus gewoon dat “het plan” van Willem R. afkomstig is. Omdat Willem voor drie maanden in Thailand zit, denken de twee samenzweerders genoeg tijd te hebben om mij te dumpen. Ik gooi al mijn woede, frustratie en energie inde strijd om samen met mijn manager mijn nakende ontslag af te wenden. Dit lukt.

Tot mijn niet geringe verbazing krijg ik geen excuses; van wie dan ook! Maar mijn verbazing neemt pas écht omvangrijke proporties aan, als Willem terugkeert van vakantie en er helemaal niets gebeurt! Willem bezweert mij dat hij niet van het complot op de hoogte was, maar er worden geen –voor mij zichtbare- acties tegen de twee matennaaiers ondernomen.

De toestand is mij niet in de koude kleren gaan zitten en zorgt voor een behoorlijke terugval van zowel mijn geestelijke als fysieke conditie. Dagelijks kom ik de onbetrouwbare koppen van de samenzweerders tegen. Op een kwade dag wordt Pieter R. bij mij op de afdeling geplaatst. Hij dreigt zelfs even mijn manager te worden. Ook voor wél-stressbestendige types lijkt mij bovenstaande voldoende aanleiding om aan de drugs te gaan, of om banden van zekere automobielen van zekere figuren met onzekere hand aan flarden te snijden (hoezo, zinvol geweld bestaat niet?).

fig.1 ook een optie
Ik ben veel te goed voor deze wereld. Ik praat zelfs nog –met veel tegenzin- met hem. Ik tolereer haar aanwezigheid. Ik ga “gewoon” door met mijn werk. Daar krijg je dus STRESS van.

Wordt vervolgd

donderdag

Oranje vindt nieuwe aanvoerder

Jackson in het officiële oranjekostuum voor Portugal 2004
STRESS(22)

Via Teletalent naar CSN naar KPN BUBC BLCS LSDM (10)

Oh ja, dat reïntegratietraject. Voor mij is duidelijk dat ik zo snel mogelijk bij mijn huidige manager weg moet; want hij blijft. En ik kan niet tegen cijferneukende, zijn afspraken niet nakomende, naar boven likkende en naar beneden trappende, ideeënloze flapdrollen. Zo, dat wilde ik even kwijt.

Ik praat hierover met mijn personeelsmanager. Hij is het met mij eens. Daarnaast mag ik mij via het “Jobcentre” (ook KPN) gaan oriënteren op een baan in Utrecht of directe omgeving. Daar ontmoet ik de man met wie ik -méér dan met wie ook voordien- kan praten. Je merkt aan hem dat hij echt luistert en dat hij dat niet alleen doet om onmiddellijk met zijn deskundig advies klaar te kunnen staan; hij laat mij zélf met oplossingen komen en stuurt waar nodig bij. Hij heeft gevoel voor humor, is geduldig, relativeert, is psychologisch onderlegd en houdt van Tom Waits. Over twee maanden gaan we samenwonen.

Ondertussen krijg ik op mijn werk de mogelijkheid om contentbeheer te gaan doen. Samen met een ICT-er ga ik een website voor ons bedrijfsonderdeel in elkaar zetten en onderhouden. Dat lijkt me wel wat, al was het maar omdat ik weg kan bij mijn manager!
Binnen een paar maanden gaat het een stuk beter met mij en mijn prestaties. Mijn nieuwe manager is ook tevreden en is vooral blij dat hij van mij regelmatig weerwoord krijgt. Dat houdt hem scherp, zegt hij. Dat blijkt ook voor mij te gelden. Er zijn dagen dat ik thuiskom en tegen Maria zeg: “Ik heb toch zo lekker gewerkt vandaag, schat!” De eerste keer dat ik dat tegen haar zei heb ik haar moeten reanimeren.

Helaas. Het mag weer niet zo zijn. Twee voortréffelijke collegae maken gebruik van de afwezigheid van de personeelsmanager, om mijn naam te bezoedelen bij de directie. Ik functioneer niet. Ik moet weg. Een ontslagprocedure wordt gestart. Ik ben woest. Mijn manager snapt het ook niet.

Wordt vervolgd

woensdag

Sleutels

Het was een gure avond. De stevige tegenwind legde een deken van kou om de eenzame fietser. Henk was op weg naar huis na zijn tennistraining. Zijn tennistas weigerde rustig op zijn stuur te blijven liggen. Langzaam gleed de tas richting voorwiel. Vlak voordat hij op de grond zou vallen trok Henk de tas weer omhoog en zijn fiets richting berm. Op het laatste nippertje wist hij zijn ongeplande koerswijziging te corrigeren en een duik in het kanaal te voorkomen. Wit van de schrik en blauw van de kou fietste hij verder.

Het was al bijna twaalf uur. Over vijf minuten was hij thuis en bij de gedachte aan zijn warme bed besloot hij er vier minuten van te maken. Hij demarreerde weg bij zijn denkbeeldige tegenstander. Maria sliep al een uur of twee, wist hij zeker.
Zes minuten later stond hij bij zijn voordeur. Binnen was alles donker. Hij stapte af, zette zijn tennistas op de grond en trok aan de bel. Er werd niet opengedaan. Henk besloot nog een keer –en dit keer wat harder- te bellen. Bij de buren werden de gordijnen opengeschoven. Bij Henk thuis bleef alles rustig. Nu belde hij maar eens flink hard. Eindelijk had hij succes; de tweeling van acht maanden was wakker geworden en begon onmiddellijk te krijsen. Omdat de tweeling weigerde de deur te openen, trok hij zijn authentieke deurbel bijna de muur uit. Even bleef het stil. Toen ging het licht in de gang aan en hoorde hij gestommel op de trap. Zijn vrouw kwam naar beneden! Met een slaperige, boze kop deed ze de deur open:

“Jeetje Henk, lekker hoor! Had je je sleutels vergeten?”
“Nee.”
“Niet? Ben je ze kwijtgeraakt?”
“Nee.”
“Hallo, krijg ik nog een gewoon antwoord? Waar zijn ze dan?”
“In mijn zak.”
“In je zak?! Doe even normaal, man! Je maakt me midden in de nacht wakker, met je sleutels in je zak?! Ik hoop dat je een goede advocaat hebt.”
“Ik krijg de rits niet meer open, schat.”
Nog steeds niet, trouwens.