Het SpreekWoord van Henk (6)
Achter de wolken
Schijnt de zon te schijnen
Voor diegenen die van mijn mening en schrijfsels gediend zijn.
Heel lang geleden verkeerde ik in een bereconditie.. Ik had dan ook een niet te stuiten bewegingsdrang.
Dat begon al op de lagere school. Altijd maar buiten spelen. Hele dagen voetballen en rolschaatsen.
Vanaf de middelbare school ging ik het serieuzer aanpakken. Ik deed mee aan alle buitenschoolse sportactiviteiten. De 'Coopertest' liep ik in 12 minuten precies. En het werd alleen maar erger.
In de winter ging ik, op de kunstschaatsen van mijn zus, over boerensloten via Tienhoven naar Nieuwkoop en terug. IJs of geen ijs. Met een vriend liep ik, zonder duidelijke reden en geheel vrijwillig, kilometers hard. Ik voetbalde veld, ik voetbalde zaal en trainde twee keer in de week. Ik kon zonder extra training een triatlon volbrengen, als ik dat leuk gevonden had.
Binnen Nederland deed ik alles op de fiets. Ik kan het je nog sterker vertellen. Dat zal ik doen ook.
In 1981 had ik een vakantiebaantje als sportverslaggever. Ik mocht naar de Tour de France. Op mijn eigen fiets (zonder versnellingen) reed ik van start tot finish in het peloton om foto's te maken. Tijdens de koninginnerit over zes cols heb ik, met een spiegelreflexcamera om mijn nek, Lucien van Impe geïnterviewd. Op een kilometer van de meet ben ik bij hem weggedemarreerd, om zijn glorieuze overwinning te kunnen fotograferen. Eigenlijk werd hij tweede.
Ik was een bikkel.
Als ik tegenwoordig mijn oudste dochter naar haar -twee verdiepingen hoger gelegen- slaapkamer til, moet ik onderweg drie adempauzes inlassen. Nee, ze is geen 18, ze is pas 4 jaar. Ze heeft net zo veel energie als ik vroeger. Ik word al moe als ik naar haar kijk.
Het vaderschap heeft mijn lichaam gesloopt.
Je moet altijd op het verkeerde paard wedden
You were up all night
Mijn buurman verdiende een beetje geld. Daarmee kocht hij broodjes, croissantjes en een cadeautje bij de speelgoedhandelaar voor de verjaardag van zijn dochtertje. De speelgoedhandelaar was daar blij mee. Hij kocht van de centjes van de buurman taartjes bij de bakker voor de verjaardag van zijn zoontje. Dat was natuurlijk niet goed voor de tandjes van het zoontje van de speelgoedhandelaar, maar dat was niet erg, want het zoontje van de speelgoedhandelaar ging twee keer per jaar naar de tandarts.
De bakker en de tandarts konden de buurman centjes geven als hij de schoorsteen kwam vegen. En ze konden cadeautjes kopen natuurlijk.
En zo kreeg iedereen centjes van iedereen. Kijk maar:
Sjonge, jonge; wat was iedereen blij! Iedereen had werk en centjes om dingen te kopen. Want met centjes moet je dingen kopen; anders heb je niets aan centjes, als je er geen dingen mee koopt.
Maar de regering was niet blij. De mensen kregen veel te veel centjes van de regering en betaalden veel te weinig centjes aan de regering om naar de tandarts te mogen. De regering wilde dat iedereen minder centjes ging verdienen, zodat opa en oma langer konden werken om minder centjes te verdienen. Ja, dat was wel een beetje moeilijk te begrijpen. Maar opa en oma kregen van de regering centjes als ze niet meer gingen werken. Dat was wel lief van de regering, vond de regering.
En nu krijgt iedereen minder centjes van de regering. De regering is blij.
De buurman is niet zo blij. Hij krijgt niet meer zo veel centjes van zijn baas. Maar de buurman wil nog wel broodjes eten en cadeautjes kopen. De buurman koopt nu geen croissantjes meer. Die kosten te veel centjes. En zijn dochtertje krijgt voor haar verjaardag een heel klein cadeautje. Zijn dochtertje vindt dit niet leuk. De speelgoedhandelaar en de bakker vinden het ook niet leuk. Zij krijgen minder centjes van de buurman. De speelgoedhandelaar koopt nu hele kleine taartjes bij de bakker. Daar krijgt zijn zoontje hele kleine gaatjes van in zijn tandjes. Het zoontje van de speelgoedhandelaar is blij. Hij hoeft niet meer naar de tandarts van zijn pappa. Dat kan zijn pappa niet meer betalen.
En zo krijgt iedereen nog minder centjes.
En de bakker moet zijn winkel dicht doen.
En de speelgoedhandelaar ook.
En de tandarts gaat zelf zijn schoorsteen vegen.
En de buurman wordt ontslagen.
Opa en oma werken nog. Lekker in hun luie stoel garnalen pellen.
Hoe vind je dit?
Elke dag stond hij bij de ingang van Albert Heijn. En altijd groette hij mij met diezelfde minzame, allochtone lach. Die lach betekende dat ik zijn vriend was. "Hé, daar heb je mijn maatje", lachte hij. Mehmed -ik heb hem Mehmed gedoopt- verkocht 'Straatnieuws'. Tenminste, dat hoop ik, want ík heb er nooit één bij hem aangeschaft. Daar voelde ik mij wel eens een beetje schuldig over. Hij was tenslotte mijn vriend. Mijn laakbare houding deerde hem echter niet. Hij bleef mij begroeten met zijn vriendelijke lach.
Ik zit een beetje in dubio. Het gaat om een ethische kwestie die mij niet zint, terwijl de sportieve vooruitgang mij wél aanspreekt. En wat moet nu de doorslag geven? Ik zal het even uitleggen.