zondag

Puinhoop

Na een oorverdovende stilte van een week of wat is Henkie terug.
Er is de afgelopen weken zo veel gebeurd dat om publicatie schreeuwde, dat ik geen zin had om eraan te beginnen. Inderdaad, daar ben ik een hele rare in. Want vlak voor onze vakantie in Zwitserland had ik ineens een baan. Weet ik veel, die kreeg ik van iemand.


Dat was wel even schrikken hoor. Van de ene dag op de andere was ik geen huisvader meer, maar inspecteur wegenonderhoud voor de Provincie Utrecht. Werken, dat was toch vroeg opstaan (6 uur in mijn geval) en tot een uur of 's avonds iets voor een werkgever doen? Lekker zeg.

Goed, Anna en Kitty voor het eerst naar school, papa na vier jaar weer aan het werk en de clubkampioenschappen van de tennisvereniging, allemaal tegelijk vorige week.
Dat moest wel fout gaan. Ik drink altijd een biertje na het tennissen. Soms twee. Drie als ik dorst heb. Meestal heb ik veel dorst. En iemand moet dat hek toch op slot doen 's nachts?
Om een lang verhaal kort door de bocht te maken: ik had een zware week. Van de andere dingen die niet helemaal top gingen noem ik het overlijden van een goede kennis (morgenmiddag ga ik naar de crematie, mijn werkgever weet nog van niks) en de opname van mijn schoonvader in het ziekenhuis na (vermoedelijk) een TIA. Mijn leven was vorige week een puinhoop.
Deze week maar eens puinruimen langs de provinciale wegen.

De NOS-babbelbox

Veel sportverslaggevers, -presentators en -commentatoren weten mij mateloos te irriteren. Óf ze doen aan ijdeltuiterij (Mart Smeets), óf ze zitten gevangen in hun eigen clichées (Evert, Wilfred Genée), of je verbaast je over hun beperkte verstandelijke en/of verbale vermogens (Ria Visser).
Tot voor kort had ik ergens in bovenstaande rijtje ook Herbert Dijkstra staan. Als hij schaatswedstrijden verslaat, erger ik me rot aan zijn gekakel. Meestal gaat het nergens over, laat staan dat het iets toevoegt aan de beelden.

Nu de Tour bezig is, heeft Herbert weer aangeschoven bij Maarten Ducrot en kletsen die twee ons samen door vele uren wielrennen heen.
Heerlijk. Ik weet niet hoe hij het gedaan heeft, maar sinds dit jaar levert hij serieuze bijdragen aan de uitzendingen. Maarten Ducrot vond ik altijd al een verademing. Geweldig zoals die jongen met een paar rake oneliners de hele wielerwereld aan de kijker uitlegt.
Zelfs als er in een etappe weinig gebeurt (en dát is dit jaar zéér zeldzaam), babbelen ze de uitzending gezellig vol.

Herbert: "En terwijl ik mezelf over vier cols heen sleep op mijn fietsje, laat jij jezelf door de Fréjustunnel hierheen rijden. Je wordt lui, Maarten!"
Maarten (onderkoeld): "Je moet doseren*, Herbert. Parijs is nog ver."
Daar geniet ik van.
Waar ik nog het meeste van geniet is het aanstekelijke enthousiasme van dit duo over elke ontsnapping, forsing, demarage, topprestatie of wielerdrama.
Hier zijn liefhebbers aan het woord, in hun babbelbox aan de streep!

* Een trap terug van Maarten, want doseren is Herbert's stopwoordje.

dinsdag

KOP OP? ('Hobbel', gepubliceerd in Straatnieuws, Juli 2007)

Heel langzaam aan begin ik weer uit mijn depressie te kruipen. Een depressie die - bij nader inzien - net zo onvermijdelijk was als de vrolijkheid van de vorige maand.

Elk voorjaar gaan wij voor minstens een week naar Italië, naar het Gardameer om precies te zijn. Daar kijk ik altijd naar uit, naar een thuiskomst in ons eigen appartement van mijn schoonvader in Bardolino. Naar de warmte, de prachtige omgeving en het overweldigende uitzicht vanaf 'ons' balkon over het meer. Met een glaasje wijn of een biertje is het daar wel langer dan een week uit te houden. Maar het onfortuinlijke geval wil dat wij dit jaar voor het laatst geweest zijn. Mijn onnavolgbare schoonvader heeft gemeend 'ons' paradijselijke optrekje na 36 jaar te moeten verkopen. Aan een Duitser nog wel.
Wij hebben hem onterfd.

Ook het meer was van streek. Nooit hebben wij zoveel gedonder gehoord en bliksem gezien als deze week. Luid vloekend liet het meer weten dat het het met deze gang van zaken niet eens is en dat het ons nooit zal vergeten. Wij hielden het zelf ook niet droog toen het automatische hek zich voor de laatste keer achter ons sloot.

Na thuiskomst heb ik een week lang hoofdpijn gehad en ontging de zin van het leven mij geheel. De zin van het leven in Nederland in het bijzonder. Het leven is hier net zo vlak en voorspelbaar als het landschap. En wat is Utrecht een deprimerende stad als je er geen zin in hebt. Mensen flaneren hier niet, ze strompelen. Met hun hoofd omlaag, zodat ze zich beter een weg kunnen banen door bergen hond- en huisvuil en omdat ze hun chagrijnige hoofden proberen te verbergen voor de rest van ons.

Dat moet zo ongeveer de manier geweest zijn waarop ikzelf tijdens de bewuste week van de holiday-afterdip over straat ging. Gelukkig ben ik inmiddels net zo afgestompt als de rest van de Nederlandse bevolking en klets ik weer gezellig mee over de verharding van de samenleving, het broeikaseffect en over welke televisieprogramma's er allemaal veel op elkaar lijken. Trouwens, als je mee wilt praten, moet je om je heen kijken en niet omlaag. Als je het voor elkaar krijgt om niet depressief te worden bij wat je dan ziet, dan doe je (weer) mee met het leven.

Zoals ik al zei, ik begin er langzaam uit te kruipen, want ik weet nog niet zeker wat ik liever doe. Mijn kop in het zand steken en meedoen met de rest van de doorgejaagde meute, of mijn kop begráven en mezelf opsluiten in mijn eigen, miezerige wereldje. Wat zou u doen?

zondag

Jasses, Oranje EKampioen!

Natuurlijk leuk voor die jongens hoor en voor Foppe natuurlijk ook, maar zo'n EK onder 21 stelt natuurlijk nou ook weer niet zó veel voor, hé? We hebben het hier voorlopig nog wel over knulletjes die niet aan hun top zitten en daar misschien ook nooit zullen komen. Niet voor niets waren de meeste wedstrijden niet te hachelen (na 10 minuten had ik het meestal wel gezien).

Popie Jan Joost
Wat ik erger vind is dat die DeMol/Talpa/10 ermee aan de haal gaan.

Naar goed Hilversums gebruik is het succes van jong Oranje vooral hún succes en wordt dit profesioneel (zo heet dat geloof ik) uitgemolken. Iedereen die iets met voetbal te maken heeft moet zijn plasje doen over de wedstrijd. Jan Mulder en Ruud Gullit zitten erg belangrijk te zijn onder leiding van de elke week belangrijker wordende Wilfred Genée; voor, tussen en na de wdstrijd. Voor degenen die zelfs dan nog niet uitgeput zijn, komen ze na het 27ste reclameblok nog een keer terug om de nabeschouwingen na te beschouwen.

Bij de best geklede troetelneger van Nederland kletsen Jan van Halst, Frits 'de onvermijdeke' Barend, Ruud 'ik schuif ook gezellig aan' Gullit en nog een paar belangrijke gasten vrolijk verder totdat Humberto Tan er echt niets meer van begrijpt.
Ik ben bang dat we volgend jaar de mening van alle aanwezige toeschouwers te horen krijgen. Nee, daar ga ik niet op zitten wachten. Ik wacht op de komst van Royston Drenthe naar FC Utrecht. Royston, één van de weinige voetballers die het kijken naar zevenenzestig uur reclame, onderbroken door voetbal en gelul, enigszins rechtvaardigde.

dinsdag

Mannentennis (TennisVisie, clubblad ZTC, Mei 2007)

Binnenkort kunnen we ein-de-lijk weer eens een lekker potje tennis op tv kijken, want Roland Garros gaat beginnen. Die bloedstollend saaie damespartijen op Eurosport heb ik nu zo langzamerhand wel gezien. Sinds Eurosport twee zenders heeft - en je voor Eurosport 2 apart moet betalen - zie je op één alleen nog maar vrouwen. Steeds dezelfde vrouwen. Elke keer Mauresmo en/of Hénin in een finale is strontvervelend en niet om aan te zien.
Zeker als je niet van tennis houdt.

Nee, ik kijk liever naar een mannenpartij. Eerlijk gezegd heb ik het sowieso niet zo op damestennis en al helemaal niet op damesdubbels op clubniveau.
Dat zijn van die wedstrijdjes tussen de twee baselinespeelsters, waarbij de 'netspeelsters' ondertussen hun 'Sonja-Bakkertjes' bespreken, de haartjes kammen en hun tennisrokje nog eens netjes over hun trainingsbroek draperen (kan iemand mij eens uitleggen waar dat voor is: een trainingsbroek én een rokje, het liefst bij 30° Celsius?). En dat ze dan 'mooie bal!' roepen als één van die netmutsen per ongeluk een bal op haar frame krijgt. Die wedstrijdjes.

Tijdens de French Open ga ik genieten van messcherpe baselineduels, met tussendoor een netaanval, een passing en een prachtige stopvolley. Mannentennis dus.
Niet dat ik álle mannenpartijen nou zo leuk vind om naar te kijken. Ik speel zelf namelijk ook nog. Gisteren viel ik in het herenteam van de van Uden-clan in, hoewel je deze teams op zondag eigenlijk beter jongetjesteams kunt noemen. Ze kijken jaloers naar je baardgroei en zeggen u tegen je, om je vervolgens meedogenloos van de baan te rammen. Geweldig als ze dan na afloop gaan vertellen dat hun service niet liep en dat hun backhand nergens op leek.

Gelukkig hoef je dat soort verhalen niet al te lang aan te horen, want na afloop moeten ze allemaal naar de verjaardag van opa, nadat ze hun huiswerk afgemaakt hebben.
Nee, als ik zélf speel kijk ik liever naar damestennis. Misschien dat ik dispensatie van de bond kan krijgen om mee te doen in een damesteam. Remco heeft nog wel een haarband voor me, denk ik.

zondag

Vrouwen kijken ('Hobbel', gepubliceerd in Straatnieuws, Juni 2007)

Terwijl ik mijzelf naar het eind van het seizoen sleepte en de laatste thuiswedstrijden door mijn broertje overgehaald moest worden om mee te gaan, hoorde ik van steeds meer mensen hoe leuk ze het vinden om naar FC Utrecht te gaan. De meeste supporters die ik sprak gingen dit jaar voor het eerst en zeker de helft van deze enthousiastelingen was van het niet voetballende geslacht; sterker, sommigen verdacht ik ernstig van hockeysympathieën. Samen met interesse voor korfbal, is de liefde voor de hockeysport een doodzonde in een voetbalstadion, zeker in de Galgenwaard. Je begrijpt dat ik uitermate geïnteresseerd was naar de motieven van deze mensen, zeker gezien het belabberde voetbal, waarmee FC Utrecht ons het afgelopen jaar geteisterd heeft.
In de laatste thuiswedstrijd voor de play-offs tegen FC Groningen presteerde de trainer het om vijf (!) verdedigers het veld in te sturen. Vijf verdedigers in een thuiswedstrijd, dat doen ze zelfs in Italië niet! Ik kom niet naar het stadion om de tegenstander te zien voetballen, ik kom voor een - zoveel mogelijk - op de aanval spelend FC Utrecht. Foeke Booy (de trainer) is al een tijdje de weg kwijt en zijn - toch al niet bijster getalenteerde - spelersgroep straalt daardoor angst uit. En als je angst hebt om te voetballen, ga je met vijf verdedigers spelen.

Dat ziet die nieuwe supporter toch ook, dat Alje Schut een prima verdediger voor een bierelftal is en dat spits Giuseppe Rossini alleen kan kaatsen met de tegenstander?
Ik denk dat ze dat inderdaad wel ziet, maar dat het haar niet interesseert. Ze komt niet voor FC Utrecht, ze komt sfeer proeven en ervaring opdoen voor het nieuwe seizoen. Het eerste seizoen van de eredivisie vrouwen. De dames op de tribune lieten zich tijdens de laatste thuiswedstrijden van de mannen nog maar eens voorlichten over buitenspel en het hoe en waarom van een directe of indirecte vrije trap.

Volgend jaar speelt FC Utrecht met Willem II, ADO Den Haag, sc Heerenveen, AZ en FC Twente om de eerste landstitel voor vrouwen op eredivisieniveau. Als ik trainer van de mannen van FC Utrecht was, zou ik me nu vast ernstig zorgen gaan maken, want het lijkt mij niet ondenkbaar dat een paar duizend supporters volgend seizoen liever naar de vrouwen gaat kijken. Ook onder mannen is het kijken naar vrouwen namelijk vrij populair en als het niveauverschil klein is en de toegangskaarten goedkoper zijn, waarom zou je dan nog vijftien euro per thuiswedstrijd betalen om je een zondagmiddag lang groen en geel te ergeren?
Als de infantielen die wekelijks moeders van tegenstanders voor hoer uitmaken zo vriendelijk willen zijn om mannelijk FC Utrecht te blijven 'steunen', dan kan ik ongestoord naar de vrouwen gaan kijken.
Graag.