STRESS(8)
Uiteraard heb ik ook nog een vrouw. Maar hoewel Maria mijn vrouw en een afgestudeerd maatschappelijk werkster is, is zij –doorgaans- niet de meest aangewezen persoon voor een luisterend oor en weldoordachte adviezen. Daarvoor staat ze te dicht bij me en heeft ze –te veel- een eigen mening over de situatie. Bovendien is het voor haar heel lang erg moeilijk geweest, om enigszins te doorgronden wat er met mij aan de hand is. Dat is ook niet zo vreemd, want soms weet ik het zelf niet eens. Daarnaast heeft zij ook nog een eigen leven en wil ze niet dag en nacht geconfronteerd worden met de pijntjes en zieleroerselen van haar man. Maria praat zelf graag. Vooral als ze uit haar werk komt.
“Mathilda was naar de kapper geweest. Het zat hartstikke leuk, joh! Ze heeft een kleurspoeling laten doen, Bordeauxblauw geloof ik”.
“Oh ja? Mmmmmm”.
“Ik zou vanmiddag geen thee zetten voor bij het eten, want Trudy was aan de beurt. Maar ja, toen was het intussen al 12.15 uur en was er nog steeds geen thee!”
“Tsssssssss.”
“Daar baal ik wel van. Ze doen de hele dag zo vreselijk druk. Alsof ze geen tijd hebben om thee te zetten en alsof ik het niet druk heb! Dat vind ik trouwens ook niet, hoor. Dat we het zo druk hebben. Dus ik denk, als ik nog wil eten en een bakkie thee erbij, dan moet ik het zelf maar weer doen.”
“Jullie maken wel wat mee hè, bij het ‘RIO’?”
Van mijn –enigszins ongeïnteresseerde- reacties wordt Maria natuurlijk ook niet vrolijk, dus een goed gesprek over mijn dag komt dan meestal niet meer op gang. Dat gebeurt meestal pas als er langdurige onvrede over iets bestaat. Inderdaad, we lijken wel een gewoon stel.
Maria vindt dat ik professionele hulp nodig heb. Dat vind ik misschien ook wel, maar de ervaringen die ik met het professionele circuit heb zijn nou niet direct bijzonder positief.
wordt vervolgd
woensdag
dinsdag
STRESS(7)
Achteraf was het eigenlijk toch wel een geslaagd feest. De mensen die er wél waren, zorgden voor een prima stemming. Dit waren mijn échte collega’s!
We konden ons toen nog vermaken zonder pillen. Dat heb ik later wel behoorlijk ingehaald.
Mijn huisarts schreef mij in de beginfase slaaptabletten en licht rustgevend materiaal voor. Dat werkte allemaal voor geen meter. Van de slaaptabletten was ik de hele dag doodmoe (’s nachts minder) en van al die andere farmaceutische troep merkte ik hoegenaamd niets. Ja, in mijn darmen; maar dat was duidelijk niet de bedoeling.
De gesprekken met mijn lotgenoot, Peter V. en de fysiotherapie hadden meer effect. Ik leerde mijn “aanvallen” te pareren, te relativeren en zelfs om erop te anticiperen. Soms.
Vooral de angst- en paniekaanvallen waren de eerste jaren erg vervelend. Nú denk ik zelfs te begrijpen hoe ze tot stand komen. Dit is mijn theorie:
Door de constante stroom van negatieve gedachtes ontstaat er een enorme gedachtenbrij in je hoofd. De aard van de gedachten (“ik ga dood”) en de enorme snelheid waarmee ze door je hoofd flitsen, zorgen ervoor dat je ze op een gegeven moment niet meer kunt ordenen. Omdat je geen 59 dingen tegelijk kunt denken raak je in paniek. Omdat je s'nachts de meeste tijd hebt om na te denken, slaat een paniekaanval dan vaak toe. Overdag doe je je uiterste best om jezelf af te leiden (als je niet werkt) en ga je dingen doen die je eigelijk beter zou laten. Het lijkt mij verstandig om daar niet over uit te wijden. Rob Oudkerk kan daar inmiddels over meepraten. Laat ik in ieder geval zeggen dat ik niets strafbaars heb gedaan.
Inmiddels zit ik alweer een aantal jaar aan de antidepressiva. Hele volksstammen lopen, met die troep in hun bloedbaan, chemisch vrolijk te zijn. Graag zou ik afkicken –ja echt, daar moet je van afkicken!-, maar dat is tot nu toe nog niet gelukt. Daar heb je eigenlijk hulp bij nodig. En dan ben je aangewezen op professionele hulp, want in mijn(?) sociale omgeving is praten over STRESSklachten taboe. Denk ik, want op een enkele uitzondering na, heeft niemand geprobeerd een gesprek met mij hierover te beginnen, danwel mee te praten met mij.
Ik vind dat jammer.
morgen verder
Achteraf was het eigenlijk toch wel een geslaagd feest. De mensen die er wél waren, zorgden voor een prima stemming. Dit waren mijn échte collega’s!
We konden ons toen nog vermaken zonder pillen. Dat heb ik later wel behoorlijk ingehaald.
Mijn huisarts schreef mij in de beginfase slaaptabletten en licht rustgevend materiaal voor. Dat werkte allemaal voor geen meter. Van de slaaptabletten was ik de hele dag doodmoe (’s nachts minder) en van al die andere farmaceutische troep merkte ik hoegenaamd niets. Ja, in mijn darmen; maar dat was duidelijk niet de bedoeling.
De gesprekken met mijn lotgenoot, Peter V. en de fysiotherapie hadden meer effect. Ik leerde mijn “aanvallen” te pareren, te relativeren en zelfs om erop te anticiperen. Soms.
Vooral de angst- en paniekaanvallen waren de eerste jaren erg vervelend. Nú denk ik zelfs te begrijpen hoe ze tot stand komen. Dit is mijn theorie:
Door de constante stroom van negatieve gedachtes ontstaat er een enorme gedachtenbrij in je hoofd. De aard van de gedachten (“ik ga dood”) en de enorme snelheid waarmee ze door je hoofd flitsen, zorgen ervoor dat je ze op een gegeven moment niet meer kunt ordenen. Omdat je geen 59 dingen tegelijk kunt denken raak je in paniek. Omdat je s'nachts de meeste tijd hebt om na te denken, slaat een paniekaanval dan vaak toe. Overdag doe je je uiterste best om jezelf af te leiden (als je niet werkt) en ga je dingen doen die je eigelijk beter zou laten. Het lijkt mij verstandig om daar niet over uit te wijden. Rob Oudkerk kan daar inmiddels over meepraten. Laat ik in ieder geval zeggen dat ik niets strafbaars heb gedaan.
Inmiddels zit ik alweer een aantal jaar aan de antidepressiva. Hele volksstammen lopen, met die troep in hun bloedbaan, chemisch vrolijk te zijn. Graag zou ik afkicken –ja echt, daar moet je van afkicken!-, maar dat is tot nu toe nog niet gelukt. Daar heb je eigenlijk hulp bij nodig. En dan ben je aangewezen op professionele hulp, want in mijn(?) sociale omgeving is praten over STRESSklachten taboe. Denk ik, want op een enkele uitzondering na, heeft niemand geprobeerd een gesprek met mij hierover te beginnen, danwel mee te praten met mij.
Ik vind dat jammer.
morgen verder
maandag
STRESS VERVALT
Wegens psychosomatische klachten is er vandaag géén nieuwe aflevering van STRESS.
In plaats daarvan een korte kidsupdate (hoe krijg ik het uit mijn toetsenbord!):
morgen weer echte stress
Wegens psychosomatische klachten is er vandaag géén nieuwe aflevering van STRESS.
In plaats daarvan een korte kidsupdate (hoe krijg ik het uit mijn toetsenbord!):
- - José heeft voorlopig haar laatste inentingen gehad en niet gehuild. De man van de buurtwinkel moest ook van haar weten dat ze niet gehuild had en we -mede daarom- rose koeken kwamen kopen.
- De nieuwe auto is fantastisch! De cassière bij AH moest ook weten dat we daarom rose koeken kwamen kopen.
- Kitty weegt inmiddels 7350 gram en heeft vetrollen. Arts op consultatiebureau: "Zo zo, twee tandjes al!" Wij: "Wat?!"
Dat hadden we nog niet gezien, nee! Lekkere ouders.
- Anna is 6550 gram en lacht, net als haar zussen, al met echte lachgeluiden. Net zo'n lekker ding als de anderen.
- José is vandaag voor het eerst naar de tandarts geweest. Ze heeft niet gehuild. Ik ook niet.
- De rose koeken zijn op.
morgen weer echte stress
zondag
STRESS(6)
Ik had nog nooit een baan verloren. Ik had zelfs nog nooit gesolliciteerd toen metaalgroothandel Rijnvis B.V. werd verstoten (“Wij trekken ons terug op onze corebusiness” heet dat in vakjargon) door moederbedrijf Billiton. Acht jaar daarvoor werd mij gevraagd of ik een vaste baan wilde. Als uitzendkracht voor Rijnvis had ik dus ja gezegd en “binnenkort ga ik écht werk zoeken” gedacht. En nu ging de tent dicht.
Het moest een waardig afscheid gaan worden. Persoonlijk dacht ik aan een afscheidsfeest. Samen met mijn collega Willem huurde ik een zaaltje aan de Oudegracht en een bandje. Niet zomaar een bandje, nee, het zeven man sterke “De Heiland”. Ruim voor de definitieve sluiting werd het hele Rijnvispand volgehangen met affiches (“FEEST, we zijn onze baan kwijt!”). Met zijn tweeën hebben Willem en ik alle 159 medewerkers persoonlijk uitgenodigd. Behalve de directieleden, die hun onverkwikkelijke opdracht -het ten gronde richten van de zaak- zo professioneel hadden uitgevoerd. Het werd een grandioos feest. Dachten we.
Het werd een ramp(je). Om 20.00 uur kwamen de eerste gasten: de bandleden. Om 21.00 uur waren er elf betalende gasten. Ik heb mij mijn hele leven niet zo opgelaten gevoeld. Vooral ten opzichte van de beheerder van de feesttent, die afhankelijk was van de omzet op die avond. De dame in kwestie nam het echter bijzonder sportief op. Ze vond het vooral vervelend voor óns. Gedurende de avond zijn er niet meer dan de genoemde elf mensen binnen geweest. Om de schade voor de beheerder te beperken, besloten Willem en ik het op een zuipen te zetten. Bijkomend voordeel was dat, in onze beschonken toestand, het aantal bezoekers verdubbeld leek. Tegen sluitingstijd heb ik, op aandringen van de gitarist van “De Heiland” (een bekende van mij), een historische uitvoering van “This land is your land” ten beste gegeven. Ik ben ervan overtuigd dat het niet om aan te horen was, hoewel 63% van de gasten (7 stuks) mij anders wilde doen geloven. Een avond om nooit te vergeten.
Dat de financiële tegenvaller (elf betalende gasten) nog groter uit zou gaan pakken, wist ik toen nog niet. Ik heb de voorgeschoten Fl.300.- voor de zaalhuur namelijk nooit van Willem terugontvangen. Misschien had ik toch niet zulke gewéldige collegae!
morgen verder
Ik had nog nooit een baan verloren. Ik had zelfs nog nooit gesolliciteerd toen metaalgroothandel Rijnvis B.V. werd verstoten (“Wij trekken ons terug op onze corebusiness” heet dat in vakjargon) door moederbedrijf Billiton. Acht jaar daarvoor werd mij gevraagd of ik een vaste baan wilde. Als uitzendkracht voor Rijnvis had ik dus ja gezegd en “binnenkort ga ik écht werk zoeken” gedacht. En nu ging de tent dicht.
Het moest een waardig afscheid gaan worden. Persoonlijk dacht ik aan een afscheidsfeest. Samen met mijn collega Willem huurde ik een zaaltje aan de Oudegracht en een bandje. Niet zomaar een bandje, nee, het zeven man sterke “De Heiland”. Ruim voor de definitieve sluiting werd het hele Rijnvispand volgehangen met affiches (“FEEST, we zijn onze baan kwijt!”). Met zijn tweeën hebben Willem en ik alle 159 medewerkers persoonlijk uitgenodigd. Behalve de directieleden, die hun onverkwikkelijke opdracht -het ten gronde richten van de zaak- zo professioneel hadden uitgevoerd. Het werd een grandioos feest. Dachten we.
Het werd een ramp(je). Om 20.00 uur kwamen de eerste gasten: de bandleden. Om 21.00 uur waren er elf betalende gasten. Ik heb mij mijn hele leven niet zo opgelaten gevoeld. Vooral ten opzichte van de beheerder van de feesttent, die afhankelijk was van de omzet op die avond. De dame in kwestie nam het echter bijzonder sportief op. Ze vond het vooral vervelend voor óns. Gedurende de avond zijn er niet meer dan de genoemde elf mensen binnen geweest. Om de schade voor de beheerder te beperken, besloten Willem en ik het op een zuipen te zetten. Bijkomend voordeel was dat, in onze beschonken toestand, het aantal bezoekers verdubbeld leek. Tegen sluitingstijd heb ik, op aandringen van de gitarist van “De Heiland” (een bekende van mij), een historische uitvoering van “This land is your land” ten beste gegeven. Ik ben ervan overtuigd dat het niet om aan te horen was, hoewel 63% van de gasten (7 stuks) mij anders wilde doen geloven. Een avond om nooit te vergeten.
Dat de financiële tegenvaller (elf betalende gasten) nog groter uit zou gaan pakken, wist ik toen nog niet. Ik heb de voorgeschoten Fl.300.- voor de zaalhuur namelijk nooit van Willem terugontvangen. Misschien had ik toch niet zulke gewéldige collegae!
morgen verder
vrijdag
STRESS(5)
Ik doe dat de laatste jaren erg vaak; tennissen in bed. Mijn prestaties in bed zijn erg goed. Maar ja, dat zeggen de meeste mannen. Op de tennisbaan is een heel ander verhaal. Dat enorme verschil tussen droom en werkelijkheid heeft me wel een hoop over mezelf geleerd.
Ik mag van mezelf namelijk geen fouten maken. Omdat ik toch maar gewoon een mens ben, lukt dat dus nooit. Als je elke keer als je een fout maakt, kwaad op jezelf meent te moeten worden, leg je wel een enorme druk op jezelf. En dat frustreert. Bovendien word je erg ontevreden over jezelf, waardoor je zelfvertrouwen niet noodzakelijkerwijs vergroot wordt. Kortom, een potje tennis is net als het leven, maar dan anders. Hieronder een korte impressie van een competitiewedstrijd:
“Zo, Henk, jij moet serveren. Niet te veel dubbele fouten maken, hè? Ai, eerste service gelijk in het net! Zal je zien dat ik meteen al met een dubbele fout begin. Ja hoor, heb je het weer voor elkaar? Lekker hoor! Voorzichtig dan maar, hè? Sla hem eerst maar eens in het vak.
Shit, dat was wel erg voorzichtig………”
“Nou, daar komt de bal aan, Henk. Geen gekke dingen doen en deze keer niet in het net, hè? Sukkel, wat zei ik nou? Niet in het net! En waar sla je hem? In het net!”
Het verschil tussen spelen om te winnen en spelen om niet te verliezen lijkt zo klein, maar is gigantisch! Het heeft alles met de benadering te maken. Positief (om te winnen) en negatief (niet willen verliezen) dus. Met een gebrek aan zelfvertrouwen stap je echter niet positief genoeg de baan op/ je kantoor in en ga je spelen/ werken om niet te verliezen/ werkeloos te zijn. Het is de angst om fouten te maken, die fouten oplevert.
Zo, dominee Bongers heeft gesproken.
morgen verder
Ik doe dat de laatste jaren erg vaak; tennissen in bed. Mijn prestaties in bed zijn erg goed. Maar ja, dat zeggen de meeste mannen. Op de tennisbaan is een heel ander verhaal. Dat enorme verschil tussen droom en werkelijkheid heeft me wel een hoop over mezelf geleerd.
Ik mag van mezelf namelijk geen fouten maken. Omdat ik toch maar gewoon een mens ben, lukt dat dus nooit. Als je elke keer als je een fout maakt, kwaad op jezelf meent te moeten worden, leg je wel een enorme druk op jezelf. En dat frustreert. Bovendien word je erg ontevreden over jezelf, waardoor je zelfvertrouwen niet noodzakelijkerwijs vergroot wordt. Kortom, een potje tennis is net als het leven, maar dan anders. Hieronder een korte impressie van een competitiewedstrijd:
“Zo, Henk, jij moet serveren. Niet te veel dubbele fouten maken, hè? Ai, eerste service gelijk in het net! Zal je zien dat ik meteen al met een dubbele fout begin. Ja hoor, heb je het weer voor elkaar? Lekker hoor! Voorzichtig dan maar, hè? Sla hem eerst maar eens in het vak.
Shit, dat was wel erg voorzichtig………”
“Nou, daar komt de bal aan, Henk. Geen gekke dingen doen en deze keer niet in het net, hè? Sukkel, wat zei ik nou? Niet in het net! En waar sla je hem? In het net!”
Het verschil tussen spelen om te winnen en spelen om niet te verliezen lijkt zo klein, maar is gigantisch! Het heeft alles met de benadering te maken. Positief (om te winnen) en negatief (niet willen verliezen) dus. Met een gebrek aan zelfvertrouwen stap je echter niet positief genoeg de baan op/ je kantoor in en ga je spelen/ werken om niet te verliezen/ werkeloos te zijn. Het is de angst om fouten te maken, die fouten oplevert.
Zo, dominee Bongers heeft gesproken.
morgen verder
donderdag
STRESS(4)
“Zo, lekker liggen, lekker slapen. Morgen ga ik gewoon even bedenken wat ik met de rest van mijn leven ga doen. Ik moet me alleen nog even omdraaien, want dan voel ik die druk op mijn borst niet zo. Shit, daar komt die stekende pijn ook weer. Maar ach, het zijn natuurlijk maar psychosomatische klachten.
Ja ja, ondertussen lig ik hier wel mooi psychosomatisch te overlijden. Stel je niet zo aan, Henk. Denk maar aan iets leuks. Iets leuks…………. Ehhhm………. Shit, waarom begint mijn hoofd nou ineens te kloppen? Zal ook wel STRESS zijn. Denk ik. Toch? Het is mijn hartslag; ik hoor mijn hartslag in mijn hoofd dreunen! Moet dat nou zo hard? Zo kan ik toch nooit slapen?
Ik ga even een bekertje melk drinken beneden. Kolere, half vier alweer en ik heb nog geen druppel geslapen! Ik blijf toch nog maar even liggen. Ik val zo wel in slaap.
Weet je wat? Ik ga een potje tennissen! Mooie service, Henk. 15-0. En dat is 30-0. Is binnenhuisarchitect eigenlijk niet iets voor mij? Nee hè, ik denk het niet. En daar moet je vast weer één of andere duffe cursus voor doen. Dat in géén geval! Ik ga gewoon werken. En een service recht door het midden. Mooi zeg, boven op de lijn! 40-0. Of was het nou al game? Studeren is niks voor mij. Ik kan me gewoon niet lang genoeg concentreren. Hoort wie klopt daar, kinderen? Als ik me nou omdraai gaat het misschien wel over; dat geklop in mijn hoofd.
Niet dus.”
“Goeiemorgen Henk! Lekker geslapen?”
“Mogge schat, hoe laat is het?”
“Tien uur.”
“Ik blijf nog even liggen, ik moet nog een set uitspelen.”
morgen verder
“Zo, lekker liggen, lekker slapen. Morgen ga ik gewoon even bedenken wat ik met de rest van mijn leven ga doen. Ik moet me alleen nog even omdraaien, want dan voel ik die druk op mijn borst niet zo. Shit, daar komt die stekende pijn ook weer. Maar ach, het zijn natuurlijk maar psychosomatische klachten.
Ja ja, ondertussen lig ik hier wel mooi psychosomatisch te overlijden. Stel je niet zo aan, Henk. Denk maar aan iets leuks. Iets leuks…………. Ehhhm………. Shit, waarom begint mijn hoofd nou ineens te kloppen? Zal ook wel STRESS zijn. Denk ik. Toch? Het is mijn hartslag; ik hoor mijn hartslag in mijn hoofd dreunen! Moet dat nou zo hard? Zo kan ik toch nooit slapen?
Ik ga even een bekertje melk drinken beneden. Kolere, half vier alweer en ik heb nog geen druppel geslapen! Ik blijf toch nog maar even liggen. Ik val zo wel in slaap.
Weet je wat? Ik ga een potje tennissen! Mooie service, Henk. 15-0. En dat is 30-0. Is binnenhuisarchitect eigenlijk niet iets voor mij? Nee hè, ik denk het niet. En daar moet je vast weer één of andere duffe cursus voor doen. Dat in géén geval! Ik ga gewoon werken. En een service recht door het midden. Mooi zeg, boven op de lijn! 40-0. Of was het nou al game? Studeren is niks voor mij. Ik kan me gewoon niet lang genoeg concentreren. Hoort wie klopt daar, kinderen? Als ik me nou omdraai gaat het misschien wel over; dat geklop in mijn hoofd.
Niet dus.”
“Goeiemorgen Henk! Lekker geslapen?”
“Mogge schat, hoe laat is het?”
“Tien uur.”
“Ik blijf nog even liggen, ik moet nog een set uitspelen.”
morgen verder
Abonneren op:
Posts (Atom)