zaterdag

Geloof, Hoop & Liefde (2)

Deel 1 was een filosofisch en cryptisch aanloopje naar het onderstaande.

Geloof is voor mij een wereldwijd kwaad, dat verdeeldheid zaait in plaats van verbroedering. Ik vind daarnaast het woord 'geloof' verkeerd gekozen, collectieve zinsbegoocheling is beter maar dat klinkt niet lekker. Je ziet, zelfs bij verder toch redelijk weldenkende mensen dat ze hun verstand uitschakelen en welk 'geloof' dan ook belijden en (meestal) uitdragen.

Weten deze mensen niet:

  • Dat ze (vaak al vanaf hun geboorte) geĆÆndoctrineerd zijn? Wat nou vrije keuze?
  • Dat 'hun geloof' op de eerste plaats geografisch en culturureel bepaald is?
  • Dat hun geloof niet betekent dat ze ergens in geloven, maar dat ze samen met een groep mensen hebben afgesproken om volgens bepaalde regels te denken en te handelen. Ze maken zichzelf wijs dat ze collectief iets geloven.
  • Dat religies het over een almachtige god hebben, terwijl deze almachtige zo ongeveer de helft van de wereldbevolking laat stikken?

Elke dag hoor, zie of lees ik dingen waar ik met mijn hoofd niet bij kan.

  • Een vrouw die moslim is geworden, omdat haar man dat ook is. De vanzelfsprekendheid waarmee zo'n vrouw dat brengt vind ik stuitend.
  • Marianne Thieme vertelt dat zij bij de zevendedagsadventisten terecht is gekomen, omdat daar veel vegetariĆ«rs zitten. Hoe onnozel kan een mens zijn?
  • Mensen die elkaar (willen) afslachten vanwege een (licht) afwijkende levensovertuiging.

Mensen vragen mij wel eens waarom ik me zo druk maak over religie. Dat is omdat ik denk dat de mensheid (maar zeker ik) beter af zou zijn zonder religie. Mensen zouden elkaar beter begrijpen en minder snel oordelen, denk ik.

En dan was er natuurlijk nog de 'doopplechtigheid' in de Nederlandsch gereformeerde kerk in Utrecht van ruim drie jaar geleden, waarbij onze tweeling gedoopt werd en ik diep gekwetst (http://www.henkbongers.nl/2003/10/het-woord-van-god-afgelopen-zondag.html). Waar ik naderhand nog het kwaadst om was/ben, was/is het totale gebrek aan erkenning van mijn gevoelens over de - in mijn ogen - liefdeloze en barbaarse dienst. De meeste kerkgangers vonden dat ik mijn mond moest houden, omdat ik niet wist waar ik het over had. Dit is volgens mij tekenend voor religie in het algemeen: een starre, zelfingenomen houding die andersdenkenden niet alleen uitsluit, maar zelfs veroordeelt.
Daar kan ik mij (gelukkig) druk om maken, ja.

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen: